Met de Kerst kreeg ik Wij slaven van Suriname door Anton de Kom, in de uitgave van 2020[1]. Ik heb dat boek met zowel groeiende bewondering als ook schaamte gelezen.

Anton de Kom werd begin 1898 geboren en groeide op in Paramaribo, waar hij de verhalen van zijn grootouders hoorde die nog in slavernij leefden. In 1920 reist hij naar Nederland, trouwt hij met Nellie Borsboom en ze krijgen samen vier kinderen. Het koloniale verleden en heden van Suriname laat hem echter niet los en in 1932 keert De Kom terug naar Suriname om zijn zieke moeder nog eenmaal te zien. Hoewel zij overlijdt voor hij aankomt, wordt hij verder onthaald als ‘de zwarte messias’. De koloniale overheersers zijn minder blij met hem. De Kom is geschokt door de grote armoede in zijn land en begint een adviesbureau voor Surinamers die door de Nederlanders zijn benadeeld. Dit tot grote onvrede van de Nederlandse gouverneur daar, die hem dan laat verbannen terug naar Nederland.

In 1934 schrijft hij Wij slaven van Suriname dat behoorlijk onopgemerkt blijft in Nederland. De paar recensies die wel gepubliceerd werden hadden overigens wel lovende woorden over voor het boek[2]. De Kom verzet zich vervolgens ook tegen het naziregime in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij wordt gearresteerd door de Duitsers, naar verschillende kampen gestuurd en hij overlijdt op 24 april 1945 in concentratiekamp Sandbostel. In 1982 wordt De Kom onderscheiden als verzetsheld[3]. Het werk en bijzondere levensverhaal van De Kom wordt jaren na zijn dood herontdekt en hij is de eerste Surinamer met een plaats in de Canon van de Nederlandse geschiedenis[4]. Anton de Kom heeft ook nog meer geschreven, onder meer gedichten, de historische roman Ons bloed is rood, de roman Om een hap rijst, het kinderboek Ba Anangsieh, verhaaltjes van de spin uit Suriname en het filmscript Tjiboe. Bijna al dit andere werk bleef ongepubliceerd, afgezien van de poëzie-uitgave Strijden ga ik uit 1969[5] en vorig jaar de spinnenverhaaltjes als Anangsieh tories[6].

Het is toch vooral door Wij slaven van Suriname dat De Kom doorleeft. Een sterke herschrijving van de Surinaamse geschiedenis en toenmalige situatie en voor het eerst helemaal vanuit het zwarte perspectief door iemand uit dat land en eindigend met zijn bezoek aan Suriname in 1932. Uiteraard baseerde hij zijn boek op eerdere geschiedenisboeken over Suriname, maar “De Kom keert de rollen om: leiders van slavenopstanden zijn bij hem geen naamloze bandieten, maar helden en voorbeeldfiguren wier namen met trots vermeld kunnen worden. Hij is fel kritisch over de eeuwenlange uitbuiting van Afrikanen die met geweld werden gedwongen tot een uitzichtloos bestaan van ploeteren in de suikerfabrieken en op de plantages. Vervolgens geeft hij ook aan hoe de Aziatische arbeiders die uit China, India en Indonesië werden aangetrokken ná de afschaffing van de slavernij het slachtoffer werden van een systeem dat hun positie nauwelijks beter maakte dan die van de slaven,” aldus Michiel van Kempen[7].

De Kom toont een sterke betrokkenheid bij het lot van de uitgebuite klassen en stelt de Surinaamse mens en zijn lot voorop. Het is die menselijkheid die het boek zo aangrijpend maakt. Het is dan wel een non-fictieboek, maar tegelijk wordt er gepassioneerd en meeslepend in verteld, ook over hem zelf. Dat maakt het boek zo extra krachtig, ook nu nog na bijna 80 jaar. Dat De Kom vervolgens in de oorlogsjaren de grootheid kan opbrengen om te vechten samen met de nazaten van de koloniale bezetters van zijn land, bewijst wel wat voor een principieel vechter voor de vrijheid van de mens hij was. Vandaar mijn groeiende bewondering voor hem en dit boek tijdens het lezen ervan.

“Als we het hebben over zwarte geschiedenis, denken we vaak direct aan Martin Luther King Jr., Marcus Garvey, Angela Davis, Malcolm X of Frantz Fanon. Anton de Kom past met zijn woorden én daden perfect in dat rijtje van zwarte intellectuelen en vrijheidsstrijders die tijdloos werk hebben nagelaten,” zo stelt Mitchell Esajas in een essay in Trouw[8] En daar kan ik me nu volmondig bij aansluiten. Zozeer zelfs, dat Wij slaven van Suriname haast verplicht gelezen zou moeten worden op alle middelbare scholen hier in Nederland, zoals we toch ook bijna allemaal de Max Havelaar[9] van Multatuli lezen. Dat boek ken ik inderdaad al wel bijna 50 jaar, vandaar dus mijn ook groeiende schaamte bij het nu pas gaan lezen van Wij slaven van Suriname.

Nou ja, beter laat dan nooit en het is ook nog echt een boek helemaal voor nu. Het laat je inzien dat het met alleen excuses voor de slavernij bepaald niet allemaal over en afgelopen zal zijn.

[1] https://libris.nl/boek?authortitle=anton-de-kom/wij-slaven-van-suriname–9789045041094#

[2] https://historiek.net/anton-de-kom-canon-biografie-boek/135639/

[3] https://www.antondekom.humanities.uva.nl/verzetsstrijder/

[4] https://www.canonvannederland.nl/nl/antondekom

[5] https://www.dbnl.org/tekst/kom_001stri01_01/kom_001stri01_01_0001.php

[6] https://libris.nl/boek?authortitle=anton-de-kom/anangsieh-tories–9789045045887#

[7] https://www.literatuurgeschiedenis.org/teksten/wij-slaven-van-suriname

[8] https://www.trouw.nl/opinie/waarom-anton-de-koms-slaven-van-suriname-blijft-inspireren~bc9056d1/

[9] https://libris.nl/boek?authortitle=multatuli/max-havelaar–9789491618529#

Volgen en delen: